Taxushaag planten
Als je bij het planten van je taxushaag een aantal belangrijke regels in acht neemt, staat een prachtige haag niets in de weg.
De juiste standplaats
Taxussen behoren tot de schaduwverdraagzaamste haagsirgewassen. Ze gedijen uitstekend op halfschaduwige tot schaduwrijke standplaatsen en hebben, anders dan de meeste andere planten, juist in de volle zon moeite. Met name in de winter bij zonneschijn en harde wind droogt de groenblijvende taxus snel uit. Hij geeft daarom ook de voorkeur aan luchtvochtige locaties boven een droog stadsklimaat.
Wat de bodem betreft zijn taxussen weinig veeleisend. Ze geven de voorkeur aan kalkhoudende en enigszins lemige bodems, maar groeien ook op zanderige, zwak zure ondergrond. Ze hebben niet bijzonder veel water nodig, maar op droge standplaatsen zijn taxussen gevoeliger voor spintmijten.
Taxushaag aanplanten

Het beste moment om een taxushaag te planten is doorgaans het voorjaar. Dan hebben de planten nog voldoende tijd om genoeg wortels te vormen om zichzelf de volgende winter al van water te voorzien. Je kunt taxussen ook later in het jaar planten, maar dan moet je goed letten op tekenen van watertekort en dienovereenkomstig water geven.
Omdat taxussen vrij langzaam groeien, kies je voor je haag het best planten die al iets groter zijn. Zo hoef je minder lang te wachten tot ze een volledige privacy-afscherming bieden. Bij jonge planten tot 1,50 meter hoog heb je ongeveer drie planten per strekkende meter nodig. Zijn de planten al hoger, dan volstaan drie planten op twee meter. Kies bij twijfel altijd voor een iets grotere onderlinge afstand, zodat je schimmelvorming door te dicht op elkaar geplante planten voorkomt.
Als je snel privacy wilt, kun je je taxushaag ook tweeriags aanleggen. Daarvoor plant je de struiken in een zigzagpatroon. Dit vergt doorgaans meer planten en is daardoor duurder, maar biedt van meet af aan al een eerste afscherming die snel dichter en ondoordringbaar wordt.
Vergeleken met de meeste andere haagsirgewassen worden taxussen relatief ondiep geplant. Verder kun je de algemene instructies voor het planten van hagen volgen. Draag bij voorkeur handschoenen, zodat de giftige stoffen in de taxus geen huidirritaties kunnen veroorzaken.
Taxus onderhouden

Kort na het planten hebben taxussen veel water nodig om goed aan te slaan. Daarna hoef je ze alleen nog te water geven tijdens droge zomers en op droge winterdagen. Terwijl sommige planten kalkrijk leidingwater niet goed verdragen, is de taxus ook hierin weinig veeleisend.
Ook wat het bemesten betreft maakt de taxus het je echt gemakkelijk: geef hem in het voorjaar vóór de eerste uitloop een organische langzaamwerkende meststof of dek de bodem af met compost. Met name op zanderige standplaatsen kun je dit meerdere keren per jaar herhalen, omdat voedingsstoffen daar sneller uitspoelen.
Als snoeivast houtgewas verdragen taxussen ook zware terugsnoeien tot in oud hout. Ze zijn daardoor gemakkelijk weer in vorm te brengen, zelfs als ze langere tijd verwaarloosd zijn. Een forse terugsnoeien of het terugzetten op de stronk doe je het best in het vroege voorjaar vóór de eerste uitloop. Een aanvullende vormsnoei kan plaatsvinden van eind juni tot begin juli. Uiterlijk eind augustus moeten deze onderhoudswerkzaamheden zijn afgerond, anders neemt het risico op vorstschade toe doordat de scheuten vóór de winter niet meer volledig kunnen uitrijpen.
Ook al zijn alle delen van de taxus giftig, toch kun je het snoeihout probleemloos composteren. De bacteriën die verantwoordelijk zijn voor de afbraakprocessen in de composthoop breken ook de giftige stoffen af. Zorg ervoor dat je de snoeiresten goed verkleinert, anders duurt het erg lang voordat de taxustwijgen en -naalden vergaan. Zieke plantendelen gooi je altijd weg via de restafval, anders bestaat het risico dat schimmels of plagen zich in de tuin verspreiden.