Distels op het gazon eenvoudig afmaaien
Vooral diep gewortelde distels zijn moeilijk met hun volledige wortelstelsel te verwijderen. Zolang de distels alleen op het gazon groeien, kun je ze ook door regelmatig maaien terugdringen en in toom houden. Dit voorkomt in ieder geval dat ze zich via zaden verspreiden en verzwakt ze, als je regelmatig ook de bladeren raakt. Mochten de bladeren echter lager liggen dan de snijhoogte van de grasmaaier en daardoor niet worden gevat, dan kun je ze met een gerichte bemesting iets meer de hoogte in laten schieten. Het gazon profiteert uiteraard ook van de voedingsstoffen, die het helpen zich beter te herstellen en weerbaarder te worden tegen onkruiden. Het beste bewater je het gazon inclusief distels direct na het maaien en maai je wanneer er toch al regen voorspeld is. Als water in de holle stengels van de distels blijft staan, beginnen deze te rotten en gaat de hele plant na verloop van tijd dood. Om dit binnen afzienbare tijd te laten gebeuren, moet je echter ongeveer twee tot drie keer per week maaien en ervoor zorgen dat het binnenste van de distels altijd vochtig blijft. Of dit dus echt minder werk is dan ze met de hand uitsteken, blijft de vraag. Omdat distels zich ook door deling vermenigvuldigen, kun je met distels begroeide oppervlakken beter niet verticuteren. Anders kan je distelprobleem in het ergste geval zelfs nog groter worden.

Distels behoren tot de tweezaadlobbige onkruiden, daarom werken de meeste middelen speciaal tegen gazonkruiden zeer goed tegen hen. Omdat gras tot de eenzaadlobbigen behoort en daardoor een iets ander metabolisme heeft, is het immuun voor deze middelen en werken ze echt alleen tegen de ongewenste gasten tussen het gras. Let bij het gebruik van dergelijke middelen altijd op de dosering die door de fabrikant wordt aanbevolen. In de regel vernietigen deze middelen de hele plant, zowel het bovengrondse deel als de wortel. Ze helpen je dus om distels op het gazon snel en met relatief weinig moeite te verwijderen.
Nieuwe distelgroei voorkomen
Je kunt je nooit volledig beschermen tegen het verschijnen van distels in je tuin. De wind draagt zaden vaak vele kilometers mee, zodat je geen invloed hebt op of ze bij jou terechtkomen. Met een aantal maatregelen kun je er echter voor zorgen dat ze bij jou geen ideale omstandigheden aantreffen en daardoor niet kunnen aanslaan en zich uitbreiden:
- Zorg ervoor dat je je gazon altijd voldoende en op maat bemest. Bij een dichte graszode worden distels in de kiem gesmoord, omdat ze het niet opnemen tegen het al gevestigde gras.
- Borders en perken moet je eveneens voldoende bemesten en dicht beplanten. Gevestigde en goed aangeslagen vaste planten of bodembedekkers laten geen ruimte voor onkruiden zoals distels, paardenbloemen en dergelijke.
- Verbeter zware kleigronden met zand en verbeter stikstofarm land met behulp van groenbemesting of organisch materiaal. Dit versterkt ook veeleisendere planten, die zo minder weerloos staan tegenover aanspraakloos onkruid.
- Oppervlakken mogen bij voorkeur niet te lang braak liggen. Kale grond nodigt ongewenste onkruiden zoals distels regelrecht uit om er te groeien. Als door werkzaamheden of herinrichting grotere oppervlakken langere tijd niet beplant zijn, kun je een tijdelijke beplanting aanleggen. Goed daarvoor zijn onderhoudsarme en weinig veeleisende bodembedekkers, die niet woekeren, of een groenbemester, die tegelijkertijd de bodem verbetert. Ook een bewust aangelegde bloemenweiland kost weinig tijd en onderhoud en is doorgaans beter dan dat willekeurig onkruid je terrein overneemt.
Van de vele verschillende distelsoorten verspreidt met name de akkerdistel zich agressief en mag daarom niet in de tuin worden geduld. Andere soorten zoals ezelsoor, kogeldistel of de saffloer zijn niet alleen onkruiden, maar ook interessante sierplanten. Ze zijn bovendien een belangrijke voedselbron voor dagvlinders en insecten van allerlei soort. Zaad etende vogels bieden de zaden ook laat in het jaar nog voedsel. Vanuit dit oogpunt is het dan ook zeker het overwegen waard om deze distelsoorten een klein hoekje in je tuin te gunnen.