Stap 1: beschermkap, behuizing en maaikop reinigen
De behuizing, de beschermkap en de snijwerktuigen maak je direct na gebruik schoon, zodat het vuil niet kan indrogen en later moeilijk te verwijderen is. In de meeste gevallen volstaat een zachte borstel of een vochtige doek. Bij hardnekkig vuil kun je een allesreiniger of afwasmiddel gebruiken. Grof vuil verwijder je vooraf het beste met een schraper. Voor het reinigen kun je ook een hogedrukreiniger gebruiken. Zorg er daarbij voor dat je de motor voldoende beschermt tegen spatwater.
Stap 2: luchtfilter reinigen
De luchtfilter in de motor zorgt voor het zuiveren van de carburateurlucht en vervuilt na verloop van tijd. Hij moet minstens één keer per jaar worden gereinigd en om de twee jaar worden vervangen. Hoe je de luchtfilter schoonmaakt, hangt af van het materiaal waarvan hij gemaakt is:
Schuimstof filters kun je wassen met zeepwater en uitspoelen. Laat hem daarna goed drogen.
Vliesfilters maak je grof schoon met een borstel of door uit te kloppen. Om diepzittende vuildeeltjes te verwijderen, gebruik je een speciaalreiniger.
Lamellenfilters reinig je met een zachte borstel en vervolgens met perslucht.
Grove metalen filters, die de motorlucht koelen, klop je het beste uit of spoel je af onder stromend water.
Voordat je de filter weer in elkaar zet, kun je de randen van het filterdeksel en de binnenkant van het behuizingsdeksel reinigen met een ontvetter.
TIP: Een motor die afslaat, kan erop wijzen dat de luchtfilter verstopt of defect is.
Stap 3: bougies onderhouden en reinigen
De bougies reinig je minstens één keer per jaar en vervang je elke honderd bedrijfsuren. Volg bij het demonteren de instructies in de gebruiksaanwijzing en gebruik de meegeleverde speciale sleutel om de bougie los te draaien. Gebruik voor het reinigen een pluisvrije doek. Aanslag op de elektroden kun je verwijderen met een kleine draadborstel of schuurpapier. Controleer bij deze gelegenheid ook de afstand tussen de elektroden. Deze moet gewoonlijk 0,7 mm bedragen.
Stap 4: carburateur laten controleren en reinigen
De carburateur verstuift de brandstof die naar de verbrandingskamer van de motor wordt geleid. Zo ontstaat een brandbaar brandstof-luchtmengsel. Werkt de carburateur niet goed, dan neemt het motorvermogen af. Voor regelmatige controle en reiniging moet de carburateur uit de motor worden gehaald. Om schade aan de motorzeis te voorkomen, is het aan te raden dit werk over te laten aan een vakspecialist.
TIP: Controleer vóór elke werksessie of de carburateur goed is afgesteld. Start hiervoor de motor en kijk of de snijwerktuigen bij stationair draaien meedraaien. Is dat het geval, dan moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.